'Ik hoop dat het zo is zoals jij zegt Geert, maar nu eens wat anders. Als je kunt , wil je me vrijdagmorgen dan komen ophalen. Dan kun je me in de avond wel weer thuis brengen. Dan kan ik bij jullie alles eens een goede beurt geven en zo. Het zal wel nodig zijn denk ik zo. Er zal ook gewassen moeten worden, maar dat neem ik dan mee naar huis. Dat wassen zoals mannen dat doen zal wel niet zo goed zijn zoals vrouwen het doen. Volgende week haal je mij dan nog een keer op, dan kom ik niet zo in de rommel als ik straks bij je kom wonen. En je broers kunnen dan gelijk een beetje aan me wennen'.
'Dat is een goed plan Roelfien. Morgenvroeg kom ik je ophalen. Dan blijf ik morgen ook de hele dag in huis en kan ik je wat helpen'.
'Maar nu moet je ook gaan Geert, het is al twaalf uur',
Even later vertrekt Geert, nadat de lamp is aan gestoken, en de paarden voor de sjees zijn ingespannen. Daar gaat Geert opgeruimd naar huis, nadat hij eerst nog even Roelfien tegen zich aan drukte en haar zoende.
Geert kon van blijdschap deze nacht bijna niet in slaap komen. Hij kon alleen maar denken aan zijn Roelfien.
De volgende morgen om vijf uur heeft Geert de sjees al weer ingespannen om Roelfien op te halen. De jongens waren nog maar net van bed af. 'Wat ga je doen Geert,'vroegen ze.
'Ik ga Roelfien ophalen', zegt Geert, 'ze wil hier alles een goede beurt geven. En nu zal ik jullie maar vertellen: we gaan morgen over 14 dagen trouwen. Ik heb gisteren de papieren in orde laten maken. Zaterdag gaan we in ondertrouw'.
'Dat gaat snel', zegt Harm.
'Vort Bles', zegt Geert, 'dag jongens'.
'Ach, ach', zegt Harm, 'dat weet ik zo niet Jan. Daar heeft hij nog nooit over gesproken. Er zit vast een addertje onder het gras'. 'Ach ja', zegt Jan, 'maar Geert weet wel wat hij doet. Het is altijd nog goed gekomen, zoals hij het voorstelde zal dit ook wel goed komen. Ik ben blij dat we dat vrouwenwerk straks niet meer hoeven te doen. De minste klusjes waren altijd voor mij. Nu kunnen we straks Roelfien helpen als we er tijd voor hebben. Daar is ze vast wel blij mee'. 'Zo Jan, begin je gelijk een beetje te paaien?'
'Nee hoor', zegt Jan, 'maar we moeten met elkaar zorgen dat alles goed komt. Roelfien zorgt voor het huishouden. Dat is wat waard hoor. Maar ik zit me af te vragen wat ze gaat zeggen als ze straks de rommel van ons ziet. We hebben het de laatste tijd wel een beetje laten verslonzen. Ik was de laatste dagen niet lekker dus dweilen en schrobben is niet gebeurd. Daar deden jij en Geert ook niets aan. Het zal nu wel in orde komen. Ik heb gehoord dat het een flinke meid is, netjes en schoon. Maar in 1 dag krijgt ze het niet klaar Harm.
Maar, we moeten maar eens aan het werk gaan.'
'De oude Jan Rinsema komt er al aan', zegt Jan, en we moeten er ook nog voor zorgen dat de koffie klaar is tegen de tijd dat ze terug zijn. De bezem er nog even door dan lijkt het tenminste nog wat'.
Rond negen uur was Geert weer terug. Hij had de oude bles even goed laten lopen, het zweet spetterde er af. Jan spande het paard uit en bracht het op stal om het daar droog te wrijven met stro. Harm zou al wel klaar zijn dacht hij.
Geert en Roelfien waren in de keuken. 'Tjonge jonge Geert', zegt Roelfien, wat hebben jullie er een troep van. Dat het zo erg was had ik niet gedacht. Je kwam altijd even netjes voor de dag als je bij me kwam. Hier moet ik wel een week werken voordat het weer toonbaar is. Zo wil ik hier niet komen wonen hoor. Er is vast wel iemand in de buurt die me een paar dagen kan komen helpen'.
'Misschien wil oude Jan Rinsema zijn vrouw je wel helpen, ik zal het hem straks eens vragen.
Geert roept de jongens om koffie te komen drinken. Oude Jan Rinsema stelt zich voor aan Roelfien en toen gingen ze zitten.
'Een koekje krijgen we er niet bij Roelfien', zegt Geert, 'ik heb er helemaal niet meer bij nagedacht. Maar een beschuit met suiker kan ook wel'. 'Dat is niet nodig hoor', zegt Roelfien, 'ik heb er wel om gedacht. In de sjees staat een trommeltje met koekjes. Beschuit met suiker geef je als er een baby geboren is Geert'.
'Maar nu nog wat anders', zegt Geert, 'Jan Rinsema, zou je vrouw Roelfien hier niet een paar dagen willen helpen?'
'Och', zegt oude Jan, 'dat denk ik wel, ik moet het haar nog wel even vragen maar dat zal geen probleem zijn'.
Oude Jan ging even naar huis en in korte tijd kwamen Jan en Trientje er weer aan.
'Ziezo ', zegt Roelfien, 'nu maar aan de slag. Geert moet ons maar een beetje helpen mevrouw Rinsema, dan zullen we wel eens zien wat er van kunnen maken. Waar heb je de bezem en dweil liggen Geert?'
'Ja meiske, een bezem van riet hebben we wel. Is die goed? En de dweil ligt in het washok. Hij kan wel een beetje vuil zijn, Jan dweilt altijd en gooit de dweil bij de pomp. Een schrobber bezem kan ik wel even bij de buurman lenen. We moeten nodig heide plukken en er een bezem van binden voor het schrobben. Afgelopen winter hebben we er niet bij nagedacht om er een te maken.'
'Ga dan maar snel even naar de buurman, Geert', zegt mevrouw Rinsema, 'we moeten aan de slag, er is genoeg te doen hier'.
(wordt vervolgd)
woensdag 18 februari 2015
Westerwolde van vroeger (feuilleton deel 7)
'Ach', zegt Geert, 'moeder zal ik nu maar zeggen. Nu gaat me er een licht op. Mijn vader zei wel eens, als ze wat grapjes zaten te maken, het is gevaarlijk speelgoed. Nu begrijp ik het. Nee moeke', ' zei Geert, 'het komt me goed uit. Het is nog winter dus verliezen we ook geen kostbare tijd, dat is al een groot voordeel'.
Het paard werd op stal gezet en Geert liep achter de oude aan naar de keuken. Daar zat Roelfien bij het vuur. Alleen! De oude vrouw ging door naar de woonkeuken. Geert gaf Roelfien een hele dikke zoen op haar lippen. 'Hoe is het mijn meisje', zei hij.
'Ja Geert', zei Roelfien, 'dat zal ik je eens vertellen'. Dat is niet meer nodig', zegt Geert, 'ik heb al een dikke uitbrander gehad van je moeder. Ik weet er alles van. Maar vindt je het erg Roelfien'?
'Ach Geert', zegt Roelfien, 'ik had het liever anders gehad, maar er is toch niets meer aan te doen. We moeten maar zo snel mogelijk gaan trouwen. En nog niets, we moeten ook nog bij de dominee op het matje komen'.
'Dat gaat niet gebeuren Roelfien. Vorige week hoorde ik een dominee van de vrijzinnige kerk zeggen; dan moeten ze allemaal op het matje komen, want diegene die het niet overkwam heeft geluk gehad. Begrijp je?'
'Zo zal het wel zijn', zegt Roelfien, 'maar wie weten er nu eigenlijk vanaf. We gaan straks wel eens overleggen hoe het verder moet. Eerst maar een kop koffie drinken. Wij gaan ook maar naar voren Geert, moeke heeft daar de kachel aangestoken. Ze zijn daar gebleven zodat wij even samen konden praten. Ik ben benieuwd wat vader er van gaat zeggen, en Berend weet ook nog van niets.'
'Ach', zegt Geert, Het zal Berend niet veel uit maken. Hij kan dan ook gaan trouwen'.
Geert had de oude man nog niet gezien. 'Goedenavond Oosterveld. Hoe gaat het met u? Kunt u er nog een beetje tegen? Het is koud buiten', zegt Geert.
'Ja Geert', zegt de oude man, 'maar dat maakt mij niet zoveel uit hoor. Het is lekker warm bij de kachel, en de koffie is bruin. Dan kunnen we een kop koffie drinken en ondertussen een beetje praten Geert. Je hebt heel wat opschudding in de familie veroorzaakt Geert. Daar weet je zeker al wel vanaf?'
'Ja hoor, ik kwam moeke tegen in de schuur en daar heb ik al een beste uitbrander van gehad', zegt Geert, 'maar het is niet anders, niets meer aan te doen. Roelfien en ik hebben het er al over gehad. Ik ga morgen zorgen dat we de papieren in orde krijgen, dan gaan we zaterdag in ondertrouw en over 14 dagen trouwen. Hoe denkt u daar over?'
, Ik vind het prima,'zegt Oosterveld, 'maar dat is wel heel snel jongen, je wil toch ook wel bruiloft vieren? Dan moeten de familie en vrienden het wel weten. Kan dat wel zo snel?'
'Ja hoor,'zegt Geert, 'een advertentie in de Winschoter courant, die leest iedereen in Westerwolde. En de directe familie kunnen we wel een brief sturen. Zo hebben Roelfien en ik het tenminste bedacht. U heeft wel een grote wagen waar we met elkaar in kunnen. Twee paarden er voor dan gaat het prima'.
'Als Berend er ook maar is,'zegt Oosterveld. 'Berend zijn meisje wil ook graag trouwen. Die twee hebben al een jaar of 3 een relatie, dan kunnen we het in 1 keer doen. Bruiloft en zo is dan een stuk voordeliger jongen.'
'Prima,'zegt Geert, 'dan blij ik vanavond zo lang tot Berend weer thuis is, dan weten we gelijk hoe hij er over denkt.
'En dan het feest Geert', zegt Oosterveld.
'Dat is vrouwenwerk vader', zegt Geert, 'daar bemoei ik me niet mee. Als ze maar zorgt dat er een borrel is, de Onstwedders lusten wel wat toch.'
'Nee Hinderk', zegt het oude mens, 'je wilt toch de bruiloft van Berend hier niet houden? Dat gaat niet hoor. Berend en Trientje houden de bruiloft in Stadskanaal, bij haar ouders, zo hoort het. Je hoeft er helemaal niet met Berend over te praten. Als Roelfien weg gaat zal Berend ook wel zorgen dat hij alles rond krijgt. Jij gaat je gang maar Geert'.
'Inmiddels was het al bijna tien uur op de klok. Jantien trekt de klok op en zegt:' Kom Hinderk', wij gaan naar bed, de jongelui kunnen dan nog even samen zijn. Welterusten!'
Roelfien gaat tegen Geert aan zitten en zegt:' Ja jongen, je hebt je wat op de hals gehaald',
'Heb je er spijt van Roelfien?'
'Ach Geert, we hebben nog maar kort een relatie, we kennen elkaar nog niet eens zo goed'.
'Ach, dat komt wel. Verstand gebruiken Roelfien, dan komt het wel goed. Alles met elkaar overleggen en geen zure gezichten. Ik sta altijd achter jou, en jij natuurlijk achter mij. Als we maar geen tegenslagen krijgen dan komt het wel goed. Maak je daar maar niet druk over'.
'Ja', zegt Roelfien, 'maar je broers. Ik heb ze nog nooit gezien'.
'Daar hoef je je geen zorgen over maken, die zijn al lang blij dat ze geen sokken meer hoeven te stoppen, aardappelen schillen enz. Harm zegt nog wel eens het een en anders. Trouwens, een hele verstandige vent hoor! En Jan, die denkt nergens anders aan dan werken, eten en slapen. Uitgaan doet hij nooit. Ik weet zeker dat hij alles wel voor je wil doen, zelfs wol opwinden op het weefgetouw als dat later nodig is, dus het komt wel goed Roelfien'.
(wordt vervolgd)
zondag 1 februari 2015
Westerwolde van vroeger (feuilleton deel 6)
‘Niet langer kletsen’, zegt Geert, ‘aan het werk jongen, ik
weet zelf wel wat ik doe.’ Hij draait zich om en gaat weer in huis, staart nog
wat in de verte, neemt de rieten bezem en begint met het vegen van de
keuken. De aslade moet ook nodig geleegd.
Hij neemt de kruiwagen ook gelijk mee om de as mee te nemen en weg te gooien.
En daarna gaat hij alles af stoffen. Op de schoorsteenmantel ligt een beste
laag, en op de tafel ook. Daarna de rieten bezem er doorheen en klaar is het.
Nu de borden en kopjes nog even omspoelen bij de pomp en dan moet hij nog
kleding wassen. De vieze kleren gaan in de kookpot, even uitkoken en op de lijn
buiten de deur en klaar was hij er weer mee. Inmiddels is het ook al bijna
donker. Nu eerst maar eens melken en voeren, en dan snel met het eten
beginnen. Als de jongens dan van het
land komen kunnen ze gelijk aanschuiven. Geert heeft een landbouwvergadering en
Jan en Harm konden na het eten alles verder klaar maken zoals aardappels
schillen. Na het eten gaat Geert naar de vergadering, en komt om elf uur terug.
De jongens zitten koffie te drinken.
‘Zo jongens, hebben jullie de koffie nog niet op? Dan schenk
ik me ook nog een kopje koffie in. Ik heb nog geen koffie gedronken vanavond. ‘
‘Maar vast wel een borrel Geert’, zegt Jan. ‘O ja, ’zegt Geert, ‘uitgaan kost
altijd geld. Ik heb drie borrels van een stuiver gehad, dus voor 3 stuiver
verteert.’
‘En vertel ons eens, wat is er nu zoals besproken’, zegt
Harm. ‘Dat zal ik jullie vertellen,’ zegt Geert. ‘Oude Jan Loeks, de
voorzitter, had het over boekweit. Als dat er niet bij is kun je er bijna niets
aan over houden. Dit jaar was het niet zo goed zei hij, maar het aankomend jaar
zal het wel een keer weer een goede opbrengst zijn. ‘ ‘En jij hebt in Weende
nog een mooi stukje boekweitveen liggen Geert’, zei hij. ‘Omploegen en boekweit
er in. Je weet maar nooit wat voor goede opbrengst je krijgt. Oppentocht zei
het laatst nog, dit jaar was het niet veel. Hij betaalde 6 gulden voor een mud,
franco bij hem in het pakhuis in Pekela. Nu moet je eens rekenen Geert, je kunt
daar wel 200 mud verbouwen. Wat een geld
jongen. Het kan in een oude sok, goed voor de kinderen later. Je hebt verkering
toch Geert,’ zei hij.
Ik zei:’ stil, stil, ik ben er nog maar een keer geweest.’ ‘Ach ja,’ zei hij, ‘ga er maar voor jongen,
je hebt een goede keuze gemaakt. Flinke mensen, ik ken ze! En geld hebben ze
ook, in Onstwedde zit wel geld, allemaal van de landbouw, Geert,’ zei hij. ‘Ik zei, ja, maar er zit wel heel veel werk
in.’
‘Ja,’ zei oude Jan Loeks, ‘maar er zijn mensen voor het werk
genoeg te krijgen voor 6 stuiver per
dag. En dat is niet zo veel. En je bent
zelf een flinke kerel, en als je ook nog een vrouw krijgt, kunnen jullie je
eigen werk gewoon doen. In de winter kun je het naar Pekela brengen. De paarden
een bakje rogge extra dan gaat het wel goed. Geert, niet te lang wachten met
trouwen hoor’, zei hij. ‘Je bent oud genoeg, en dan kun je er flink van
genieten.’ ‘Hoe denken jullie er over broers,’ zegt Geert.
‘Klinkt mij goed in de oren,’ zegt Jan, ‘zeker dat laatste.
Trouwen, hoe eerder hoe beter. Dan krijgen wij het ook een stuk beter.
Huiselijker en zo. Maar niet die boekweit. Daar ben ik het nog niet over eens.
Wat een werk haal je je daarmee op de hals.’ ’Ach’, zegt Geert, ‘ik heb jullie
net verteld hoe oude Jan Loeks daar over
dacht, en die weet er best wat van. Nu moet je eens anders denken, verkopen van
de boekweit, dan een grote berg kaf voor de varkens, en het stro voor het
strooien, dat is ook wat waard. Ik dacht dat het maar moest door gaan.’
De jongens leggen zich er maar bij neer, Geert moet het maar
regelen. De volgende morgen gaat iedereen weer zijn gewone gang. Na het eten in
de middag zegt Geert: ‘Kijk eens jongens, ik ga zaterdagavond met Roelfien
overleggen dat ik ook op woensdagavond wil komen, en dan wil ik een rijtuig
aanschaffen. Er staat er een te koop in de Veenbode in Valthermond. Daar ga ik
in de namiddag maar eens naar toe. En als ik hem dan koop, neem ik hem gelijk
mee terug naar huis. Het is veel gemakkelijker, en het ziet er ook goed uit
dacht ik zo.’
‘Welnu’, zegt Jan, ‘dat kan ik goedkeuren hoor Geert. Anders
kun je er nog wel eens flauw van worden’.
‘Wat je zegt Jan, maar niet van Roelfien hoor, dat is een
lieverd’. ‘Ja’, zegt Jan, ‘ik hoor het
wel weer. Het kan je niet meer tegenvallen, Geert. Je stelt je er veel te veel
van voor’.
Maar goed, Geert kwam die avond met een rijtuig weer terug
en zo ging hij de keren daarop met paard en wagen naar zijn meisje, en ook al
heel snel twee keer per week. Roelfien en Geert begonnen al gauw aan elkaar te
wennen en na korte tijd, het was nog winter, reed Geert zijn paar en wagen bij
Hendrik Oosterveld, Roelfien haar ouders, op het erf. Roelfien haar moeder kwam
er aan en zei: ’Geert, jongen, dat had ik niet gedacht van je, zo’n oud gediende.
Roelfien zal het je straks ook nog wel vertellen. Maar ik zeg je direct, ga
maar snel naar het gemeentehuis en laat de papieren in orde maken, ik wil niet dat
ze hier op Stadskanaal de spot met ons
drijven!’
(Wordt vervolgd)
Abonneren op:
Posts (Atom)
_0003.jpg)