Het paard werd op stal gezet en Geert liep achter de oude aan naar de keuken. Daar zat Roelfien bij het vuur. Alleen! De oude vrouw ging door naar de woonkeuken. Geert gaf Roelfien een hele dikke zoen op haar lippen. 'Hoe is het mijn meisje', zei hij.
'Ja Geert', zei Roelfien, 'dat zal ik je eens vertellen'. Dat is niet meer nodig', zegt Geert, 'ik heb al een dikke uitbrander gehad van je moeder. Ik weet er alles van. Maar vindt je het erg Roelfien'?
'Ach Geert', zegt Roelfien, 'ik had het liever anders gehad, maar er is toch niets meer aan te doen. We moeten maar zo snel mogelijk gaan trouwen. En nog niets, we moeten ook nog bij de dominee op het matje komen'.
'Dat gaat niet gebeuren Roelfien. Vorige week hoorde ik een dominee van de vrijzinnige kerk zeggen; dan moeten ze allemaal op het matje komen, want diegene die het niet overkwam heeft geluk gehad. Begrijp je?'
'Zo zal het wel zijn', zegt Roelfien, 'maar wie weten er nu eigenlijk vanaf. We gaan straks wel eens overleggen hoe het verder moet. Eerst maar een kop koffie drinken. Wij gaan ook maar naar voren Geert, moeke heeft daar de kachel aangestoken. Ze zijn daar gebleven zodat wij even samen konden praten. Ik ben benieuwd wat vader er van gaat zeggen, en Berend weet ook nog van niets.'
'Ach', zegt Geert, Het zal Berend niet veel uit maken. Hij kan dan ook gaan trouwen'.
Geert had de oude man nog niet gezien. 'Goedenavond Oosterveld. Hoe gaat het met u? Kunt u er nog een beetje tegen? Het is koud buiten', zegt Geert.
'Ja Geert', zegt de oude man, 'maar dat maakt mij niet zoveel uit hoor. Het is lekker warm bij de kachel, en de koffie is bruin. Dan kunnen we een kop koffie drinken en ondertussen een beetje praten Geert. Je hebt heel wat opschudding in de familie veroorzaakt Geert. Daar weet je zeker al wel vanaf?'
'Ja hoor, ik kwam moeke tegen in de schuur en daar heb ik al een beste uitbrander van gehad', zegt Geert, 'maar het is niet anders, niets meer aan te doen. Roelfien en ik hebben het er al over gehad. Ik ga morgen zorgen dat we de papieren in orde krijgen, dan gaan we zaterdag in ondertrouw en over 14 dagen trouwen. Hoe denkt u daar over?'
, Ik vind het prima,'zegt Oosterveld, 'maar dat is wel heel snel jongen, je wil toch ook wel bruiloft vieren? Dan moeten de familie en vrienden het wel weten. Kan dat wel zo snel?'
'Ja hoor,'zegt Geert, 'een advertentie in de Winschoter courant, die leest iedereen in Westerwolde. En de directe familie kunnen we wel een brief sturen. Zo hebben Roelfien en ik het tenminste bedacht. U heeft wel een grote wagen waar we met elkaar in kunnen. Twee paarden er voor dan gaat het prima'.
'Als Berend er ook maar is,'zegt Oosterveld. 'Berend zijn meisje wil ook graag trouwen. Die twee hebben al een jaar of 3 een relatie, dan kunnen we het in 1 keer doen. Bruiloft en zo is dan een stuk voordeliger jongen.'
'Prima,'zegt Geert, 'dan blij ik vanavond zo lang tot Berend weer thuis is, dan weten we gelijk hoe hij er over denkt.
'En dan het feest Geert', zegt Oosterveld.
'Dat is vrouwenwerk vader', zegt Geert, 'daar bemoei ik me niet mee. Als ze maar zorgt dat er een borrel is, de Onstwedders lusten wel wat toch.'
'Nee Hinderk', zegt het oude mens, 'je wilt toch de bruiloft van Berend hier niet houden? Dat gaat niet hoor. Berend en Trientje houden de bruiloft in Stadskanaal, bij haar ouders, zo hoort het. Je hoeft er helemaal niet met Berend over te praten. Als Roelfien weg gaat zal Berend ook wel zorgen dat hij alles rond krijgt. Jij gaat je gang maar Geert'.
'Inmiddels was het al bijna tien uur op de klok. Jantien trekt de klok op en zegt:' Kom Hinderk', wij gaan naar bed, de jongelui kunnen dan nog even samen zijn. Welterusten!'
Roelfien gaat tegen Geert aan zitten en zegt:' Ja jongen, je hebt je wat op de hals gehaald',
'Heb je er spijt van Roelfien?'
'Ach Geert, we hebben nog maar kort een relatie, we kennen elkaar nog niet eens zo goed'.
'Ach, dat komt wel. Verstand gebruiken Roelfien, dan komt het wel goed. Alles met elkaar overleggen en geen zure gezichten. Ik sta altijd achter jou, en jij natuurlijk achter mij. Als we maar geen tegenslagen krijgen dan komt het wel goed. Maak je daar maar niet druk over'.
'Ja', zegt Roelfien, 'maar je broers. Ik heb ze nog nooit gezien'.
'Daar hoef je je geen zorgen over maken, die zijn al lang blij dat ze geen sokken meer hoeven te stoppen, aardappelen schillen enz. Harm zegt nog wel eens het een en anders. Trouwens, een hele verstandige vent hoor! En Jan, die denkt nergens anders aan dan werken, eten en slapen. Uitgaan doet hij nooit. Ik weet zeker dat hij alles wel voor je wil doen, zelfs wol opwinden op het weefgetouw als dat later nodig is, dus het komt wel goed Roelfien'.
(wordt vervolgd)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten