woensdag 18 februari 2015

Westerwolde van vroeger (feuilleton deel 8)

'Ik hoop dat het zo is zoals jij zegt Geert, maar nu eens wat anders. Als je kunt , wil je me vrijdagmorgen dan komen ophalen. Dan kun je me in de avond wel weer thuis brengen. Dan kan ik bij jullie alles eens een goede beurt geven en zo. Het zal wel nodig zijn denk ik zo. Er zal ook gewassen moeten worden, maar dat neem ik dan mee naar huis. Dat wassen zoals mannen dat doen zal wel niet zo goed zijn zoals vrouwen het doen. Volgende week haal je mij dan nog een keer op, dan kom ik niet zo in de rommel als ik straks bij je kom wonen. En je broers kunnen dan gelijk een beetje aan me wennen'.

'Dat is een goed plan Roelfien. Morgenvroeg kom ik je ophalen. Dan blijf ik morgen ook de hele dag in huis en kan ik je wat helpen'.
'Maar nu moet je ook gaan Geert, het is al twaalf uur',
Even later vertrekt Geert, nadat de lamp is aan gestoken, en de paarden voor de sjees zijn ingespannen. Daar gaat Geert opgeruimd naar huis, nadat hij eerst nog even Roelfien tegen zich aan drukte en haar zoende.
Geert kon van blijdschap deze nacht bijna niet in slaap komen. Hij kon alleen maar denken aan zijn Roelfien.

De volgende morgen om vijf uur heeft Geert de sjees al weer ingespannen om Roelfien op te halen. De jongens waren nog maar net van bed af. 'Wat ga je doen Geert,'vroegen ze.
'Ik ga Roelfien ophalen', zegt Geert, 'ze wil hier alles een goede beurt geven. En nu zal ik jullie maar vertellen: we gaan morgen over 14 dagen trouwen. Ik heb gisteren de papieren in orde laten maken. Zaterdag gaan we in ondertrouw'.
'Dat gaat snel', zegt Harm.
'Vort Bles', zegt Geert, 'dag jongens'.
'Ach, ach', zegt Harm, 'dat weet ik zo niet Jan. Daar heeft hij nog nooit over gesproken. Er zit vast een addertje onder het gras'. 'Ach ja', zegt Jan, 'maar Geert weet wel wat hij doet. Het is altijd nog goed gekomen, zoals hij het voorstelde zal dit ook wel goed komen. Ik ben blij dat we dat vrouwenwerk straks niet meer hoeven te doen. De minste klusjes waren altijd voor mij. Nu kunnen we straks Roelfien helpen als we er tijd voor hebben. Daar is ze vast wel blij mee'. 'Zo Jan, begin je gelijk een beetje te paaien?'
'Nee hoor', zegt Jan, 'maar we moeten met elkaar zorgen dat alles goed komt. Roelfien zorgt voor het huishouden. Dat is wat waard hoor. Maar ik zit me af te vragen wat ze gaat zeggen als ze straks de rommel van ons ziet. We hebben het de laatste tijd wel een beetje laten verslonzen. Ik was de laatste dagen niet lekker dus dweilen en schrobben is niet gebeurd. Daar deden jij en Geert ook niets aan. Het zal nu wel in orde komen. Ik heb gehoord dat het een flinke meid is, netjes en schoon. Maar in 1 dag krijgt ze het niet klaar Harm.
Maar, we moeten maar eens aan het werk gaan.'
'De oude Jan Rinsema komt er al aan', zegt Jan, en we moeten er ook nog voor zorgen dat de koffie klaar is tegen de tijd dat ze terug zijn.  De bezem er nog even door dan lijkt het tenminste nog wat'.

Rond negen uur was Geert weer terug. Hij had de oude bles even goed laten lopen, het zweet spetterde er af. Jan spande het paard uit en bracht het op stal om het daar droog te wrijven met stro. Harm zou al wel klaar zijn dacht hij.
Geert en Roelfien waren in de keuken. 'Tjonge jonge Geert', zegt Roelfien, wat hebben jullie er een troep van. Dat het zo erg was had ik niet gedacht. Je kwam altijd even netjes voor de dag als je bij me kwam. Hier moet ik wel een week werken voordat het weer toonbaar is. Zo wil ik hier niet komen wonen hoor. Er is vast wel iemand in de buurt die me een paar dagen kan komen helpen'.
'Misschien wil oude Jan Rinsema zijn vrouw je wel helpen, ik zal het hem straks eens vragen.
Geert roept de jongens om koffie te komen drinken. Oude Jan Rinsema stelt zich voor aan Roelfien en toen gingen ze zitten.
'Een koekje krijgen we er niet bij Roelfien', zegt Geert, 'ik heb er helemaal niet meer bij nagedacht. Maar een beschuit met suiker kan ook wel'. 'Dat is niet nodig hoor', zegt Roelfien, 'ik heb er wel om gedacht. In de sjees staat een trommeltje met koekjes. Beschuit met suiker geef je als er een baby geboren is Geert'.
'Maar nu nog wat anders', zegt Geert, 'Jan Rinsema, zou je vrouw Roelfien hier niet een paar dagen willen helpen?'
'Och', zegt oude Jan, 'dat denk ik wel, ik moet het haar nog wel even vragen maar dat zal geen probleem zijn'.
Oude Jan ging even naar huis en in korte tijd kwamen Jan en Trientje er weer aan.
'Ziezo ', zegt Roelfien, 'nu maar aan de slag. Geert moet ons maar een beetje helpen mevrouw Rinsema, dan zullen we wel eens zien wat er van kunnen maken. Waar heb je de bezem en dweil liggen Geert?'
'Ja meiske, een bezem van riet hebben we wel. Is die goed? En de dweil ligt in het washok. Hij kan wel een beetje vuil zijn, Jan dweilt altijd en gooit de dweil bij de pomp. Een schrobber bezem kan ik wel even bij de buurman lenen. We moeten nodig heide plukken en er een bezem van binden voor het schrobben. Afgelopen winter hebben we er niet bij nagedacht om er een te maken.'

'Ga dan maar snel even naar de buurman, Geert', zegt mevrouw Rinsema, 'we moeten aan de slag, er is genoeg te doen hier'.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten