‘Wat ons betreft kan het wel hoor, onze Berend wil toch het
aankomend voorjaar trouwen, dan kan hij hier direct op de boerderij komen. Als
jullie het eens worden met elkaar lijkt het me wel wat. Wat vindt u er van
moeder?’
‘Het lijkt mij de beste oplossing’, zegt de oude moeder.
Dat had Geert niet gedacht, dat het zo van een leien dakje
liep. Geert bleef bij haar. De ouderen gingen al snel op bed, en Geert en Roelfien
nestelden zich in de zomerkeuken, lekker warm bij de kachel. Geert moest het
vrijen nog leren, maar Roelfien heeft hem wat op gang geholpen. Wat er verder
is gebeurt zal wel niemand achter komen want dat wordt niet verteld. In ieder
geval is het goed gegaan, ze gaan trouwen in het komend voorjaar.
Op maandagmorgen vroeg kwam de oude Jan Rinsema langs. Hij
was nieuwsgierig. ‘Goedemorgen Geert’,
zei hij, ‘hoe is het gegaan?’
‘Wacht even tot iedereen weg is’, zegt Geert, ‘dan zal ik
je alles vertellen’.
Even later zegt Geert: ‘De jongens zijn weg Jan. Ga maar mee
naar de keuken. Ga maar zitten. Ja man’, zei Geert, ‘het ging van een leien
dakje. Toen ik haar een en ander vertelde, hoe het hier gaat, begreep ze al
snel waar het om ging. Roelfien vroeg me wat over het bedrijf en zo, en toen ik
haar dat vertelde, dat we hier zo met ons drieën alles moesten regelen zei ze: ‘Och,
dat is ook wat.’ Maar als eerst Jan, jij zei al dat als ze de hand stevig terug
drukte, dat het al half klaar was. En dat deed ze, en ze keek me aan de ogen
schitterden haar in het gezicht.’
‘Ik zei je al Geert,’ zegt oude Jan, ‘vrouwen zeggen heel
wat het hun ogen, daar kun je van op aan.’
‘Maar verder Jan, toen Roelfien zei: ‘och dat is ook wat,
toen zei ik gelijk tegen haar: en met die ellende zou jij ons mooi uit de brand
kunnen helpen. Ja, ja, zei ze met een glunderend gezicht: dat zeg jij Geert! Ik dacht bij mezelf: ,dat ziet er goed uit, ze
noemt me al bij de voornaam. Toen zei de oude boer ook nog: ‘Ja Roelfien, ik
begrijp het allemaal al, Jongsma komt voor jou. Is het niet Jongsma?’
Ik zei: ‘Ja,
zo is het precies. En hoe denk jij er over Roelfien? Zal het wat kunnen worden tussen
ons twee?’ ‘Wel ja,’ zei ze, ‘je kunt hier vanavond wel blijven, dan kunnen wel
eens kijken of we goed bij elkaar passen. Als de ouwelui het tenminste goed vinden.‘ ‘Wat ons betreft
is het prima,’ zei de oude boer. Het ziet er goed uit.’ ‘En toen ben ik er
gelijk maar gebleven, Jan. De ouwelui gingen op bed, en Roelfien ik zaten in de
zomerkeuken bij de kachel. Het was er lekker warm, en zij drukte me direct al
heel stijf tegen zich aan dat ik er raar van werd. Ik kreeg kriebels door mijn
hele lijf, Jan. Ik ga er zaterdag weer naar toe, Jan, zegt Geert.
‘Ja’, zegt Jan, ‘vrouwen is lief spul jongen. ‘
‘Als ik dat geweten
had Jan, dan had ik er al lang eentje gehad’. ‘Nu Geert, ik ga maar weer eens
aan het werk. Ik hoop dat je veel plezier aan haar beleeft jongen. Dag hoor’.
Geert ging weer opgeruimd aan het werk. Vanmiddag onder het
eten zal hij Jan en Harm vertellen hoe het gegaan is.
Rond de middag kwamen de jongens weer thuis. Geert had alles
klaar staan. De jongen kwamen inde keuken. ‘Heb je het al klaar Geert?’ zei
Harm. ‘En hoe is het in Onstwedde gegaan? Goed zeker, want ik hoorde je
vannacht om 3 uur ongeveer thuis komen. Je hebt het goed vol gehouden. En
vertel eens, hoe ging het?’
‘Welnu, ‘zegt Geert, ‘beste mannen! Dat is iets, daar wordt
je nooit zat van. Ik had er de hele nacht wel willen blijven. Ik ga er zaterdag
weer naar toe. Och jongen, wat een stevige flinke meid. Een met twee
rechterhanden. Daar krijg ik een flinke huisvrouw aan, dat beloof ik jullie.’
‘Nu even de ogen dicht,’ zegt Jan, ‘en dan eten. We moeten
nog weer aan het werk hoor. Het is druk, en er moet nog genoeg gebeuren. En het
is zo weer winter.’
‘Kom kom,’ zegt
Geert, ‘het is nog maar 15 november vandaag, de beesten lopen nog in de wei, nog
twee mud rogge zaaien en dan nog het klein lapje grasland bewerken, dan is het
meeste werk klaar.’
‘Ja,’ zegt Harm, ‘maar we moeten ook zoden afsteken voor de
zolder en dan…wat wil je doen met het stuk
grond in Weende? Dat moeten we ook nog omploegen.’
‘O,’ zegt Geert, ‘dat kan in het voorjaar ook nog wel.’
‘Ja,’ zegt Harm, ‘maar aan jou hebben we op zaterdag ook een
halve dag niets omdat je op vrijersvoeten bent.’
‘Och, klets toch niet zo,’ zegt Geert, ‘als we straks een
beetje aan elkaar gewend zijn ga ik er op woensdag ook nog naar toe. ‘ ‘Welnu,’
zeggen de beide jongens tegelijk, ‘dan kun je er misschien beter helemaal
blijven Geert. Ga dan maar snel trouwen, dan zijn we van dat gesjouw af, dan
krijgen we er een hulpje bij. Zoals jij
van plan bent, ben je de halve week op pad.
(Wordt vervolgd)
_0002.jpg)
_0001.jpg)
.jpg)
.jpg)
