donderdag 15 januari 2015

Westerwolde van vroeger (feuilleton deel 2)


‘Och, och’ zegt Jan, het voerbakje staat hoog en droog op de voerkist. Je loopt met molentjes Geert. Heeft die meid je al zo te pakken en je hebt haar nog niet eens gezien!’ ‘Ach, loop naar de …..’ zegt Geert, ‘als je zulke flauwe opmerkingen maakt dan ga ik helemaal niet meer naar toe!’
‘Ha, ha,’ zegt Harm, ‘dat is goed hoor, geef mij dan het adres maar, dan ga ik er wel naar toe.  Zo’n groen blaadje is niet te versmaden. Je bedenkt je nog wel Geert. Ik kan wel uit ons gesprek van gisteravond opmaken dat je er al vaker gedachten over had. Ik gun het je van harte hoor, ik hoop dat je een flinke vrouw krijgt en dan ook nog een paar kinderen.’ ‘Maar ik wil wel een vrouw hebben’, zegt Geert.  
‘Ho, ho,’ zegt Harm, ‘wat wil je wel Geert. Je hebt nog geen akker om in te zaaien, en je roept nu al of je het voor het zeggen hebt. Je moet kalm aan doen jongen, geef de kalveren snel wat, ik ga pannenkoek bakken en Jan spant de paarden alvast in. Dan kunnen we na het eten snel zorgen dat we op het land komen. Jij met de vos en de oude bles aan het ploegen, en Jan en ik met de kleine bruine aan het mennen. We moeten ook nodig de zoden afsteken voor de mestbelt. Als het vee straks op de stal staat  moeten we de mest wel kwijt kunnen. De mestbelt  moet veel groter dan vorig jaar, want Geert wil ook nog een stuk van de boerderij in het veen omploegen, en daar moet ook mest voor zijn.‘
‘Och’, zegt Jan, ‘wat wil Geert met die troep doen? De grond daar is waardeloos’. ‘Ja, maar Geert zegt altijd dat je maar nooit weet waar het goed voor is. De oude esk was vroeger ook waardeloos, dat heeft Geert wel goed. ‘ Harm zag er tegen op in de slechte grond te ploegen.
Zaterdag naderde. Het was vrijdagavond en de jongens zaten bij het vuur. Het olielampje brandde. Het lampje hing boven de schoorsteen aan de rechterkant.
‘Ik kan niet goed zien’, zegt Jan. Hij zat aan de rechterkant van het vuur, met zijn voeten op de warme plaat.  Het hout was niet al te droog, en zodoende kwam er niet veel vlam vanaf. Anders kon je nog wel iets zien en lichtte het was op. ‘Och,’ zegt Geert, ‘laat maar, we moeten toch nog even praten over morgenavond’.
‘Ja,’ zegt Harm, ‘jij moet morgen maar in het huis blijven en niet al te veel doen zodat je er een beetje schoon en fris uit ziet. Je moet wel 2 en half tot 3 uur lopen, daar wordt je moe genoeg van.’
Dan horen ze iemand lopen. ‘O,’ zegt Geert, ‘dat is buurman Harm, ik kan het horen aan het loopje. Nergens over praten hoor!’ De deur gaat open en ja hoor, Geert had het goed.  ‘Goedenavond samen,’ zegt buurman Harm, hoe gaat het hier bij jullie? Alle drie met een schort voor? Ja, het is lastig zonder vrouw in huis.  ‘Och ja,’ zegt Jan,  maar je went er zo langzamerhand wel aan.’
‘Ja,’ zegt buurman Harm, ‘dat is wel zo, maar een flinke vrouw in huis is wel wat waard hoor jongens, ze kan melken, de beesten voeren en het huishouden doen. Desnoods gaat ze in drukke tijd ook nog mee naar het land. En de man hoeft dan geen werk in het huis te doen maar kan op het land werken. Het scheelt al snel 5 gulden in de week. Ik had zo gedacht Geert, jij bent slim genoeg, ik had verwacht dat jij al lang een vrouw zou hebben.  Aan 1 vrouw hebben jullie al wel genoeg. En als je er nog niet over uit bent wie een vrouw gaat zoeken, dan kun je altijd nog een strootje trekken.’
Gelijk zegt Geert: ‘Stil jongens.’ Jan en Harm begrepen gelijk wat Geert dacht. Ze fluisterden in zichzelf: ‘Zal hij iets weten?’
Het gesprek nam al snel een andere wending. Over het land, het weer, kolen enz. ‘Geert,’ zegt buurman Harm, ‘je bent een goed ontwikkelde man en zo denken de boeren hier er ook over. Ze willen graag dat je secretaris wordt van de landbouwvereniging. Die hebben ze verleden week opgericht. Hoe denk je daar over? Ik denk dat het wel wat voor je is.’
‘Ja,’ zegt Geert, ‘ik zal er eens over nadenken. Ik heb nog andere dingen ook te doen, en ik weet nog niet of ik er tijd voor heb!’ ‘Is het wat bijzonders Geert?’ ‘O nee hoor,’ zegt Geert, Het is menselijk, maar overal moet tijd voor zijn buurman, en wat het meest nodig is komt eerst.’
‘Nou ja, ‘ zegt buurman Harm, ‘we zien elkaar iedere dag, dan hoor ik het nog wel van je.  Nou mensen, ik ga maar eens weer naar huis. Hillegien heeft de koffie al wel klaar denk ik. Goedenavond samen.’
‘Het was net of hij het wist,’ zegt Jam,  ‘hij had het er ook nog over om een strootje te trekken.’ Maar  het doet er ook niet toe, als het maar goed komt, dat is het voornaamste. Geert is normaal gesproken de kok, en ook hij heeft de koffie klaar. ‘Ziezo,’ zegt hij, nu eerst een kop koffie drinken en dan naar bed.’

(wordt vervolgd)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten